Bodembedekkers voor zon en schaduw: zo kies en verzorg je ze

Bodembedekkers zijn planten die in de breedte groeien en zo de grond bedekken. Ze vullen kale plekken in de tuin, geven onkruid minder ruimte en kunnen zorgen voor bloemen of groen blad. Voor een zonnige, droge plek zijn bijvoorbeeld vetkruid en kruiptijm geschikt. In de schaduw doen kleine maagdenpalm en elfenbloem het vaak goed.

Welke bodembedekker het beste past, hangt af van de hoeveelheid zon, de grond en de ruimte die de plant krijgt. Sommige soorten blijven laag en groeien rustig, terwijl andere zich snel verspreiden.

Welke bodembedekkers passen bij jouw tuin?

Kijk eerst hoeveel zon de plek krijgt en of de grond lang nat blijft of juist snel uitdroogt. Een plant die geschikt is voor een droge plek in de volle zon, groeit niet vanzelf goed onder een boom.

  • Vetkruid (Sedum): een lage bodembedekker voor zon en droge, goed doorlatende grond. De vlezige bladeren slaan water op. Natte grond, vooral in de winter, is minder geschikt.
  • Kruiptijm (Thymus): een laagblijvende plant voor zonnige plekken met doorlatende grond. Het blad geurt en de bloemen trekken bestuivers aan. Hij past bijvoorbeeld langs een pad of tussen stapstenen waar niet voortdurend overheen wordt gelopen.
  • Zonneroosje (Helianthemum): een bloeiende bodembedekker voor een zonnige plek met vrij droge, goed doorlatende grond. De bloemen kunnen geel, oranje of rood zijn, afhankelijk van de soort.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor): een groenblijvende plant voor halfschaduw en schaduw. Hij vormt lange stengels en krijgt meestal blauwviolette bloemen. Geef hem de ruimte en knip uitlopers weg als hij buiten het gewenste vak groeit.
  • Elfenbloem (Epimedium): geschikt voor halfschaduw en schaduw, bijvoorbeeld onder struiken. In het voorjaar verschijnen kleine bloemen. Veel soorten behouden hun blad in de winter.
  • Schaduwkruid (Pachysandra terminalis): een groenblijvende keuze voor een beschutte plek in halfschaduw of schaduw. Het blad vormt na verloop van tijd een gesloten mat. Tijdens de eerste periode na het planten heeft de plant bij droogte water nodig.
  • Kruipend zenegroen (Ajuga reptans): een lage plant voor zon tot halfschaduw, liefst in grond die niet sterk uitdroogt. In het voorjaar verschijnen blauwpaarse bloemaren die bijen en hommels aantrekken.

Ook binnen een plantengeslacht kunnen soorten en cultivars verschillen. Kies bijvoorbeeld bij vetkruid een laagblijvende soort als je een plant zoekt die de grond echt bedekt.

Groenblijvend, bloeiend of laagblijvend?

Groenblijvende bodembedekkers behouden ook in de winter hun blad. Kleine maagdenpalm en schaduwkruid zijn daardoor handig als je een kale plek onder struiken het hele jaar wilt vergroenen. Groenblijvend betekent niet dat elk blad altijd mooi blijft: oud blad kan verkleuren of afsterven en wordt vervangen door nieuw blad.

Wil je vooral bloemen zien, dan zijn kruipend zenegroen, kruiptijm en zonneroosje voorbeelden. Een bloeiende soort kan buiten de bloeiperiode minder opvallend zijn. Combineer daarom planten met mooi blad met soorten die op een ander moment bloeien. Geef iedere soort genoeg ruimte, zodat een snelle groeier de andere niet verdringt.

Voor een rand langs een pad zijn lage soorten zoals kruiptijm of laagblijvend vetkruid geschikt. Een plant die goed tegen droogte kan, is overigens niet automatisch bestand tegen veel voetverkeer. Leg stapstenen als je regelmatig door het vak loopt.

Wanneer en hoe plant je bodembedekkers?

Het vroege voorjaar en de vroege herfst zijn meestal goede plantmomenten. In maart en april warmt de grond langzaam op. In september en oktober is de bodem vaak nog warm en valt er geregeld regen. Plant liever niet als de grond bevroren is, erg nat is of als het langdurig heet en droog is.

Zo geef je de planten een goede start:

  1. Maak de grond vrij. Haal onkruid met wortels en al weg. Vooral wortelonkruid is lastig te verwijderen als de bodembedekkers eenmaal door elkaar groeien.
  2. Maak de bovenlaag los. Werk voorzichtig rondom bestaande boom- en struikwortels. Is de grond erg dicht of blijft er water op staan, verbeter dan eerst de afwatering voordat je droogteminnende soorten plant.
  3. Verdeel de planten over het vak. Gebruik de plantafstand op het etiket als richtlijn. Een snel uitgroeiende soort heeft meer ruimte nodig dan een kleine, langzaam groeiende plant.
  4. Plant op dezelfde diepte als in de pot. Maak een gat dat ruim genoeg is voor de kluit, zet de plant erin en druk de grond rondom zachtjes aan.
  5. Geef goed water. Zo sluit de grond aan rond de wortels. Geef daarna bij droogte opnieuw water, vooral zolang de planten nog niet goed zijn aangeslagen.

De planten hoeven niet meteen een gesloten tapijt te vormen. Zet je ze dichter bij elkaar, dan is de grond eerder bedekt, maar heb je meer planten nodig. Geef je ze meer ruimte, dan blijft er langer plaats voor onkruid.

Onderhoud en groei onder controle houden

In het begin vraagt een nieuw vak de meeste aandacht. Haal onkruid tussen de jonge planten weg voordat het zich uitzaait of vastgroeit. Controleer bij droog weer of de grond rond de wortels uitdroogt en geef water als dat nodig is. Ook planten die later goed tegen droogte kunnen, moeten eerst wortels vormen.

Is de bodem eenmaal dichtgegroeid, dan is vaak minder onderhoud nodig. Toch verdwijnt onkruid niet helemaal: zaden kunnen tussen het blad terechtkomen en opschieten. Trek zulke jonge planten weg voordat hun wortels verstrengeld raken met die van de bodembedekker.

Knip uitlopers terug als ze over een pad groeien of andere planten in de verdrukking brengen. Vooral een soort die zich snel verspreidt, zoals kleine maagdenpalm, is minder handig in een kleine border met kwetsbare planten. Oud of beschadigd blad van elfenbloem kun je aan het einde van de winter voorzichtig wegknippen, voordat de nieuwe groei goed op gang komt.

Veelgestelde vragen over bodembedekkers

Wat is de beste groenblijvende bodembedekker?
Er is geen soort die overal de beste is. Voor halfschaduw en schaduw zijn kleine maagdenpalm en schaduwkruid bruikbare keuzes. Voor een zonnige, droge plek past een groenblijvende soort vetkruid of kruiptijm beter.

Welke bodembedekkers kunnen tegen droogte?
Veel laagblijvende soorten vetkruid en kruiptijm kunnen goed tegen droogte als ze eenmaal zijn aangeslagen. Ze groeien het liefst in de zon en in grond waar overtollig water gemakkelijk weg kan.

Wat is een makkelijke bodembedekker?
Kleine maagdenpalm is makkelijk op een plek in halfschaduw waar hij zich mag uitbreiden. Op een droge, zonnige plek is laagblijvend vetkruid vaak een eenvoudige keuze. De makkelijkste plant is vooral de soort die past bij de omstandigheden in jouw tuin.

Wat is de mooiste bodembedekker?
Dat is een kwestie van smaak. Kies kruipend zenegroen voor opvallende bloemaren, kruiptijm voor een laag en geurend tapijt of elfenbloem voor fijne voorjaarsbloemen onder struiken.

Begin met één vak en kies een plant die past bij de zon en de grond. Zo geef je de bodembedekker de beste kans om uit te groeien tot een gezond, aaneengesloten tapijt.