Gazon bemesten voor een sterke en groene grasmat
Je gazon bemesten doe je meestal in het voorjaar, de zomer en het najaar, zolang het gras groeit. Gebruik een gazonmest die past bij het seizoen, verdeel de juiste hoeveelheid gelijkmatig en geef zo nodig water na het strooien.
Mest levert voedingsstoffen die gras nodig heeft om te groeien en te herstellen. Te veel mest helpt niet: dat kan juist gele of bruine plekken veroorzaken.
Wanneer kun je het gazon bemesten?
Een praktische verdeling is een bemesting in het voorjaar, de zomer en het najaar. Hoe vaak jouw gazon voeding nodig heeft, hangt ook af van de meststof. Sommige producten werken langer dan andere.
- Voorjaar: bemest wanneer het gras weer actief groeit, meestal vanaf maart of april. Voorjaarsmest bevat vaak relatief veel stikstof, die de groei en groene kleur ondersteunt.
- Zomer: geef zo nodig opnieuw voeding, bijvoorbeeld in juni of juli. Sla een hete, droge periode over en wacht op vochtiger weer, tenzij je voldoende kunt sproeien.
- Najaar: gebruik in september of oktober een najaarsmest. Die bevat vaak meer kalium en minder stikstof dan voorjaarsmest. Kalium helpt het gras sterker de winter in.
Bemest niet als de grond bevroren is of het gras nauwelijks groeit. Ook vlak voor een zware regenbui is strooien ongunstig: een deel van de voedingsstoffen kan dan wegspoelen.
Welke gazonmest kies je?
Gazonmest is verkrijgbaar als organische mest, kunstmest en als mengvorm. Ze leveren allemaal voedingsstoffen, maar verschillen in de snelheid waarmee die vrijkomen.
- Organische mest: wordt geleidelijk afgebroken en werkt daardoor vaak langer. Het resultaat is meestal minder snel zichtbaar. Organisch materiaal kan ook het bodemleven ondersteunen.
- Kunstmest: bevat voedingsstoffen die vaak snel beschikbaar zijn voor het gras. Het effect kan sneller zichtbaar zijn, maar bij verkeerd strooien is de kans op verbranding groter.
- Organisch-minerale mest: combineert organische en minerale bestanddelen. Daarmee kan de mest zowel snel als geleidelijk voeding afgeven.
Op veel verpakkingen staan de letters NPK. Die staan voor stikstof, fosfor en kalium. Stikstof ondersteunt vooral de bladgroei en kleur, fosfor helpt bij de wortelontwikkeling en kalium draagt bij aan de weerstand van het gras. De verhouding verschilt per product en seizoen.
Gazon bemesten in vijf stappen
Gelijkmatig strooien is minstens zo belangrijk als de keuze van de mest. Zo voorkom je dat het gras op de ene plek te veel en op de andere plek te weinig krijgt.
- Maai het gras. Op kort gras kun je beter zien waar je loopt en kunnen de korrels makkelijker tussen de sprieten vallen. Maai niet extreem kort.
- Bereken de hoeveelheid. Meet de lengte en breedte van je gazon en vermenigvuldig die voor het oppervlak in vierkante meters. Gebruik de dosering op de verpakking om te bepalen hoeveel mest je nodig hebt.
- Verdeel het gazon in vakken. Leg voor elk vak een passend deel van de mest apart. Zo voorkom je dat de voorraad al op is voordat je het hele grasveld hebt gehad.
- Strooi gelijkmatig. Gebruik voor een klein gazon je hand of een handstrooier. Een strooiwagen is handig bij een groter oppervlak. Loop rustig en laat strooibanen niet sterk overlappen.
- Geef zo nodig water. Een zachte regenbui helpt de korrels oplossen. Blijft het droog, sproei dan rustig zodat het water in de bodem trekt en de mest niet op hoopjes blijft liggen.
Heb je net de viltlaag uit het gras verwijderd, dan kun je daarna gazonmest strooien om het herstel te ondersteunen. Hark eerst de losse resten weg, zodat de korrels het gras bereiken.
Mest strooien bij droogte of regen
Licht vochtig weer is prettig voor het bemesten van gras. De korrels kunnen dan oplossen en de voedingsstoffen komen in de bodem terecht. Een beetje regen is dus welkom, maar een flinke stortbui kan mest wegspoelen.
Bij langdurige droogte heeft gras al moeite om te groeien. Wacht liever tot er regen valt. Wil je toch bemesten, sproei dan na het strooien zorgvuldig. Vermijd vooral kunstmest op een uitgedroogd gazon in felle zon: daarmee vergroot je het risico op schade.
Gele plekken door te veel of te weinig mest
Te veel voeding kan de wortels beschadigen. Vooral na ongelijkmatig strooien zie je soms gele of bruine strepen en plekken. Ook kunnen overtollige voedingsstoffen uitspoelen naar het grondwater.
Is er zichtbaar een hoopje mest gevallen, haal dan weg wat je nog kunt oprapen. Geef de plek daarna water om de mest te verdunnen. Strooi geen extra mest zolang het gras herstelt.
Een tekort aan voeding kan ook voor bleek of langzaam groeiend gras zorgen. Toch betekent geel gras niet automatisch dat het mest nodig heeft. Droogte, beschadiging of juist eerdere overbemesting kunnen ook een rol spelen. Kijk daarom eerst naar de omstandigheden en naar wat je al hebt gestrooid.
Kalk en gazonmest zijn niet hetzelfde
Kalk is geen vervanging voor gazonmest. Je gebruikt het om een te zure bodem minder zuur te maken, terwijl mest voedingsstoffen toevoegt. Een bodemtest geeft inzicht in de zuurgraad en helpt bepalen of kalk nodig is. Strooi niet automatisch kalk: een bodem die al voldoende kalk bevat, heeft er weinig aan.
Zijn zowel kalk als mest nodig, geef de kalk dan eerst en laat er bij losse producten enkele weken tussen. Er zijn ook producten waarin kalk en mest bewust zijn gecombineerd.
Veelgestelde vragen over gazon bemesten
Hoe vaak moet je gazonmest strooien?
Voor veel gazons zijn het voorjaar, de zomer en het najaar logische momenten. De werkingsduur verschilt per meststof. Meer of vaker strooien dan nodig levert niet vanzelf een mooier gazon op.
Is paardenmest geschikt voor het gazon?
Verse paardenmest is niet handig op een grasmat. Je kunt die moeilijk gelijkmatig verdelen en er kunnen onkruidzaden in zitten. Voor een gelijkmatige voeding is een meststof die speciaal voor gazons is gemaakt praktischer.
Kun je te veel mest strooien?
Ja. Een teveel kan gele of bruine plekken en beschadigde wortels veroorzaken. Meet het oppervlak en weeg de benodigde hoeveelheid af voordat je begint.
Wat doe je als je grasveld er niet mooi uitziet?
Ga na of het gras genoeg water en voeding krijgt en of er niet eerder te veel mest is gebruikt. Een bodemtest kan helpen als je vermoedt dat de bodem uit balans is. Extra mest is geen oplossing voor iedere gele plek.
Met een gelijkmatige verdeling en een meststof voor het juiste seizoen geef je het gras voeding zonder onnodig veel te strooien.