Dakisolatieplaten kiezen: soorten, dikte en eigenschappen

Dakisolatieplaten zijn stevige platen die warmteverlies via het dak beperken. PIR, EPS en steenwol zijn veelgebruikte opties. Welke plaat bij jouw dak past, hangt onder meer af van de beschikbare ruimte, de dakopbouw en de gewenste isolatiewaarde.

Een dunne plaat is niet vanzelf de beste keuze. Ook de drukvastheid, de afwerking en de aansluiting tussen de platen bepalen of ze geschikt zijn voor jouw dak.

Welke dakisolatieplaten kun je kiezen?

Isolatieplaten verschillen in materiaal en eigenschappen. Dit zijn veelvoorkomende keuzes:

  • PIR: isoleert goed bij een relatief geringe dikte. Dat is handig als er weinig ruimte is. PIR-platen zijn licht en vaak voorzien van een afwerklaag, bijvoorbeeld aluminium of een laag die geschikt is voor dakbedekking. Ze zijn meestal duurder dan EPS-platen.
  • EPS: een lichte kunststofplaat, ook bekend als piepschuim. EPS is vaak voordelig, maar heeft voor dezelfde isolatiewaarde doorgaans meer dikte nodig dan PIR.
  • XPS: een stevige kunststofplaat die weinig vocht opneemt. XPS wordt onder meer gebruikt bij een omgekeerd plat dak, waar de isolatie boven op de waterdichte laag ligt en wordt afgedekt met ballast.
  • Steenwolplaat: een plaat van minerale wol die goed bestand is tegen brand en ook geluid kan dempen. Voor een dak zijn speciale drukvaste platen verkrijgbaar. Ze zijn bij dezelfde isolatiewaarde vaak dikker dan PIR.
  • Houtvezelplaat: gemaakt van houtvezels en verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen. Een geschikte dakplaat kan ook geluid dempen, maar is doorgaans dikker en zwaarder dan een PIR-plaat met dezelfde isolatiewaarde.

Niet iedere plaat van hetzelfde materiaal is geschikt voor iedere plek in het dak. Een drukvaste dakplaat voor onder dakbedekking heeft bijvoorbeeld andere eigenschappen dan een plaat die tussen dakbalken komt.

Dikte en isolatiewaarde vergelijken

De isolatiewaarde van een plaat staat op het productlabel als Rd-waarde. Hoe hoger deze waarde, hoe beter de plaat warmte tegenhoudt. De waarde hangt af van het materiaal én de dikte.

Een voorbeeld: een PIR-dakplaat van 50 millimeter dik kan een Rd-waarde van 1,75 hebben. Dat geldt niet automatisch voor elke PIR-plaat van die dikte. Vergelijk daarom de Rd-waarde op het productlabel als je platen van verschillende merken of materialen naast elkaar legt.

Bij een bestaand dak telt ook de isolatie mee die al aanwezig is. De totale prestatie van het dak hangt alleen niet af van de platen: naden, aansluitingen en houten onderdelen beïnvloeden het resultaat. Een hoge Rd-waarde op de verpakking betekent dus niet dat het hele dak precies die waarde haalt.

De juiste plaat voor jouw dakopbouw

Bij een plat dak komen isolatieplaten vaak onder de dakbedekking te liggen. De plaat moet dan voldoende drukvast zijn voor de toepassing. Op een dak dat af en toe voor onderhoud wordt betreden, gelden andere eisen dan op een dakterras.

De bovenlaag van een dakplaat is ook van belang. Sommige PIR-platen hebben een speciale toplaag voor hechting met EPDM. Een andere plaat kan bedoeld zijn voor een andere bevestiging of dakbedekking. Een aluminium cachering betekent niet vanzelf dat elke soort dakbedekking erop kan worden gelijmd.

Voor een hellend dak zijn er platen die geschikt zijn voor toepassing tussen of over de dakconstructie. Meet de ruimte bij balken, dakramen en aansluitingen mee: een plaat die op het grootste vlak past, kan bij de randen toch te dik zijn.

Afmetingen, naden en hoeveelheid

Een voorbeeld van een plaatmaat is 600 bij 1200 millimeter. Zo’n plaat heeft een oppervlak van 0,72 vierkante meter. Voor 10 vierkante meter heb je in theorie minstens 14 van deze platen nodig. Door zaagverlies en lastige aansluitingen kan het werkelijke aantal hoger uitvallen.

Grotere platen hebben minder naden, maar zijn in een kleine ruimte soms lastiger te hanteren. Platen met een rechte rand moeten goed tegen elkaar aansluiten. Er zijn ook platen met een messing-en-groefrand, waarbij de randen in elkaar passen.

Open naden kunnen warmteverlies veroorzaken. De manier waarop je naden en aansluitingen afdicht, hangt af van de plaat en de dakopbouw. Aluminium tape is bijvoorbeeld niet voor iedere plaat of ondergrond de juiste oplossing.

Wat kosten dakisolatieplaten?

De prijs hangt af van het materiaal, de dikte, de plaatmaat en de afwerking. Vergelijk daarom niet alleen de prijs per plaat, maar ook de prijs per vierkante meter bij een vergelijkbare Rd-waarde.

Tel bij je begroting ook bevestigingsmiddelen, eventuele folie, tape en snijverlies mee. Laat je de platen aanbrengen, dan komen daar arbeidskosten bij. Een goedkope plaat is niet altijd de voordeligste keuze als je voor dezelfde isolatiewaarde een dikkere laag nodig hebt.

Veelgestelde vragen over isolatieplaten voor het dak

Zijn PIR-platen altijd de beste keuze?
Nee. PIR is vooral aantrekkelijk als je met beperkte dikte goed wilt isoleren. Vind je brandgedrag of geluidsdemping belangrijk, dan kan een geschikte steenwolplaat beter passen. Voor een omgekeerd dak wordt juist vaak XPS gebruikt.

Kun je nieuwe platen op bestaande isolatie leggen?
Dat kan bij sommige daken, maar niet zomaar bij elke opbouw. Vocht mag niet opgesloten raken tussen de lagen. Laat de bestaande constructie en de plek van dampremmende lagen beoordelen voordat je extra platen toevoegt.

Hebben dakisolatieplaten altijd folie nodig?
Nee. Of een aparte dampremmende laag nodig is, hangt af van de volledige dakopbouw. Ook een plaat met aluminium aan de buitenkant vormt pas een doorlopende laag als naden en aansluitingen daarvoor geschikt zijn afgewerkt.

Kies uiteindelijk een dakplaat op basis van de gewenste Rd-waarde én de plek in de constructie. Vooral bij een plat dak maken de drukvastheid en de toplaag het verschil tussen een geschikte plaat en een plaat die alleen goed isoleert.